Boekfragment:
In een poging de tijd te doden die de lift nodig heeft om de hogere verdiepingen te bereiken, versterkt door mijn moeite om zwijgend samengepakt op een postzegel met mijn collega's door te brengen, maak ik enkele totaal onbelangrijke opmerkingen. Zij voelen dit haarscherp aan en doen hetzelfde. Halverwege stopt de lift en een studente van ongeveer 22 jaar met een lengte van ruim een meter vijfentachtig stapt breed met haar armen zwaaiend naar binnen, een klein mobieltje aan haar oor. Ze schreeuwt luid door de telefoon terwijl wij ons tegen de wand van de lift drukken om haar fors uitgevoerde lichaamsbewegingen niet te blokkeren. Ik zoek oogcontact met de leden van de wetenschappelijke staf en we lijken hetzelfde te voelen en denken. Praktisch gelijktijdig vragen we de studente haar stemvolume naar beneden te brengen en we brengen onze lichamen weer in een wat normalere vorm, aangevend dat we verbaal en non-verbaal voor onszelf gaan opkomen. Ze kijkt ons niet aan en brult door de telefoon tegen haar gesprekspartner dat er mensen in de lift staan die willen dat ze ophoudt met bellen. Ik suggereer op een stevige toon dat ze dit misschien ook zelf had kunnen bedenken. Dan krijg ik de volle laag: 'Jij belt toch ook wel eens in een lift en waar gaat dit helemaal over...' Een verdieping hoger stapt ze luid protesterend en bellend uit de lift. Ze laat ons beduusd achter.
Zijn we losgerukt van onze herkomst, vertegenwoordigen we alleen nog onszelf en willen we ons voortdurend vrij voelen? Waren we eerst naar 'binnengericht' en zijn we nu naar 'buitengericht'? Zijn we allemaal extravert in plaats van introvert geworden? |
Meer over dit boek...
We worden toenemend narcistisch, maar is dat wel zo erg?
Ons zelfgevoel is onderhevig aan inflatie. Gedurende de afgelopen 25 jaar, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek onder meer dan 16000 studenten, zijn de scores op een lijst die narcistische trekken meet fors opgeschoven in de richting van een positief zelfgevoel. Voor deze studie kon worden geprofiteerd van gegeven verzameld in 1979 en in 2006. Een opvallende uitkomst is dat vrouwen, die traditiegetrouw lager scoren op narcisme dan mannen, nu een enorme inhaalslag hebben laten zien. Vrouwen blijken tevens hoger te scoren op onafhankelijkheid en assertiviteit. Wereldwijd zijn de Amerikanen koploper in score op narcisme, op de nek gevolgd door de Canadezen en de Europeanen. De Aziaten en mensen uit het Midden Oosten scoren het laagst. In Afrika is geen onderzoek gedaan.
In de recent verschenen studie ‘Zijn we wel narcistisch genoeg?’ van de Nijmeegse hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen wordt een uitgebreid overzicht geboden van het thema narcisme en van het wetenschappelijk onderzoek naar dit thema. Maar de auteur komt ook met een verklaring voor de toename in narcisme en brengt dit in verband met veranderingen in onze manier van opvoeden (we zijn geweldig trots op onze peuters en kleuters), met moeders die meer zijn gaan werken en hun tijd nu moeten verdelen tussen kind en carričre, met het inschakelen van zorgmoeders, oppasouders en crčcheleiding wordt de gehechtheidrelatie ‘verdund’ en het narcisme van de kleine versterkt. Met de teruggetreden invloed van religie en van een pedagogiek in de opvoeding, met de kleinere gezinnen, maar ook met het vervangen van de katoenen luiers door de pampers (de zindelijkheidtraining is minder belangrijk geworden) heeft dit volgens de auteur allemaal te maken. Derksen schetst de ontwikkeling van wat hij de hedendaagse intrapsychische architectuur noemt in contrast tot hoe dit in voorbije tijden het geval was en eveneens in contrast tot hoe dit er nog steeds aan toegaat in veel landen in Afrika en Azië.
De meeste van zijn vakgenoten waarschuwen voor dit toegenomen narcisme, ze vrezen voor egocentrisme en voor een verruwing van de samenleving. Derksen neemt hierin een andere positie in en breekt in zijn studie een lans voor de stelling dat de toename van narcistische trekken als gevolg van de gewijzigde vroegkinderlijke condities past als een dekseltje op het doosje van onze economie en cultuur. Deze cultuur betitelt hij in dit boek als een ‘lentecultuur’ waarin alles uit de knop komt wat mensen in psychologisch opzicht in zich hebben. Meer narcistische trekken leiden doorgaans tot mensen met een neiging zichzelf op de kaart te zetten, zichzelf te bewijzen en het beste uit zichzelf te halen. Deze sterke drang tot presteren past precies in de westerse cultuur en is de brandstof voor onze economische vooruitgang. In zijn boek tracht hij dit aan te tonen door allerlei aspecten van ons sociaal-maatschappelijk leven erbij te betrekken zoals: de eeuwenoude trend richting individualisering, de economische ontwikkeling in vooral de westerse wereld, globalisering, culturele en maatschappelijke achterstand en vooruitgang, onderwijs, gezondheidszorg, religie, de verhouding van de staat tot het individu. Met de psychologische begrippen hechting en narcisme analyseert de auteur tevens gedragsstoornissen in de kindertijd en puberteit, de ontwikkeling van identiteit, moslimextremisme, etc. In het boek wordt uitgebreid ingegaan op de wijze waarop ons precaire narcisme uit de bocht kan vliegen en kan leiden tot allerlei problemen, zoals die zichtbaar worden bij sommige topmanagers en politici, maar ook van de vele werkgerelateerde stoornissen die we tegenwoordig kennen onder de termen burn-out, chronische vermoeidheid en andere aan stress gerelateerde klachten. De wijzen waarop er op het niveau van de samenleving en cultuur correcties kunnen worden aangeboden voor extreme narcistische trekken (zoals bv. in Zweden gebeurt door moeders anderhalf jaar zwangerschapsverlof te geven) en op individueel niveau (door psychotherapie en coaching) komen aan bod. Beďnvloeding van de condities in de vroege kindertijd is in dit opzicht cruciaal en wordt doorgaans over het hoofd gezien. In dit boek worden de vroegkinderlijke condities als bepalend voor latere persoonlijkheidstrekken nadrukkelijk onderstreept.
Bestel dit boek online via Bol.com:
Zijn we wel narcistisch genoeg ? Jan Derksen
|